|
Urgentiearts Van Berlaer ziet twee rampen in een maand: Haïti en
Halle
In één maand tijd was kinderarts Gerlant Van Berlaer getuige van twee
rampen. Hij ging met B-Fast naar Haïti en hij ving begin deze week als
spoedarts de gewonden van de treinramp in Halle op.

Als urgentiearts kun je je aan alles – ook het ergste – verwachten. Zeker
als je vrijwilliger bent bij B-Fast, weet je dat je vroeg of laat oog in oog
komt te staan met de grootste ellende. De Grimbergse kinderarts Gerlant Van
Berlaer mocht dat begin dit jaar nog maar eens ondervinden. Hij was één van
de 27 leden van de tweede B-Fast interventieploeg die naar Haïti vloog om er
bijstand te verlenen na de aardbeving. Maar ook in eigen land gebeuren
tragische ongelukken, zoals de treinramp in Halle begin deze week. Ook toen
was Van Berlaer getuige op de eerste lijn, als diensthoofd van de
spoedafdeling van het UZ van Jette.
‘Het diensthoofd van de spoedafdeling had maandag een dagje vrij, daardoor
was ik waarnemend diensthoofd', zegt Van Berlaer. ‘Ons ziekenhuis ving 10
van de 55 mensen op die gehospitaliseerd moesten worden. Drie daarvan waren
zwaargewond, de overige zeven konden de dag zelf het ziekenhuis al
verlaten.'
Zesduizend patiënten
Van Berlaer is nog niet zo lang terug thuis uit Haïti, waar hij twee weken
bleef. ‘We hebben in twee weken zesduizend patiënten kunnen helpen, we
hebben 130 ingrepen uitgevoerd en de honderden amputaties van de eerste
dagen opgevolgd.'
Volgens Van Berlaer zijn er gelijkenissen tussen de ramp in Haïti en het
treinongeluk in Halle. ‘Voor de slachtoffers zelf verschilt er niet zo veel.
In beide gevallen rekenen ze erop dat er snel hulp komt. Toch zijn er
uiteraard ook verschillen. In België is een rampenplan fantastisch
georganiseerd. Iedereen weet wat hij moet doen en alles is op elkaar
ingespeeld. In Haïti was dat uiteraard veel minder. De Verenigde Naties
hebben daar de coördinerende rol op zich genomen, maar toch kunnen ze nog
veel leren van hoe het er hier aan toe gaat.'
Dat er in ons land een geoliede machine op gang komt bij rampen, heeft ook
zijn gevolgen. ‘Ik zag op televisie iemand die klaagde dat hij een uur had
moeten wachten op een psycholoog', zegt Van Berlaer. ‘In Haïti zou zoiets
ondenkbaar zijn. Dat is absurd. Wat me misschien het meest zal bijblijven,
is het immense respect dat de Haïtianen toonden voor ons werk. Ondanks alle
ellende hadden ze toch nog ontzettend veel discipline. Als we 'savonds
stopten met werken en de wachtenden vroegen om 'sanderendaags terug te
komen, dan gebeurde dat zonder morren. In België zou zoiets niet waar zijn.'
‘Wat me ook erg opgevallen is in Haïti, is dat de mensen al amper tien dagen
na de aardbeving de draad weer probeerden op te pikken. Ondanks de bizarre
omstandigheden werden in Port-au-Prince alweer kleine fruit-handeltjes
opgezet of kapperszaken geopend, al was het maar met een stoel in open
lucht.'
Tsunami

Voor Van Berlaer was die interventie niet de eerste. Hij ging ook op
interventie bij de tsunami in 2004 en in 2009 evacueerde hij gewonde
kinderen uit de Gazastrook. Op de missie naar Haïti was Van Berlaer niet de
enige Grimbergenaar. Ook Anne Katrien Billiet reisde mee. Zij is
kinderverpleegkundige in UZ Gasthuisberg in Leuven. ‘Ik wist niet goed waar
ik mij aan moest verwachten toen we vertrokken', zegt ze. ‘Ik was erg
zenuwachtig en had toch ook wat schrik voor wat ik te zien zou krijgen. Ik
heb zelf weinig van de stad gezien. Maar wat ik heb gezien, is schrijnend.
Meerdere huizen ingestort, overal vluchtelingenkampen, armoede, afval op de
straten, mensen die op straat proberen dingen te verkopen om toch wat geld
te hebben. Ik werd er elke keer weer stil van. Maar ondanks al de ellende
die ze meegemaakt hebben, blijven ze lachen. Ik genoot echt van de contacten
met hen. Ze hebben mij een andere kijk op het leven gegeven.
Wim Troch |