|
Beigem
De
oudste vermelding van de naam Beigem dateert van 1147, het ging hier over twee
ridders van " Beinghem ", ze waren de voornaamste eigenaars van Beigem,
waarschijnlijk van het hof ten Doorn dat toch het hoofdleen schijnt geweest te
zijn. Beigem is altijd klein geweest. In 1646 telde men 127 inwoners, waarvan 40
mannen, 42 vrouwen, 9 jongemannen, 6 meisjes, 17 knechts, 7 dienstvrouwen, 2
mannen, 3 vrouwen en 1 weeskind. In 1786 waren er 323 inwoners, in 1802 nog 204,
in 1831 steeg het aantal tot 511 en in 1846 tot 584. Hoe klein het ook was,
Beigem heeft nooit afgehangen zoals sommige buurtdorpen van een kapittel van
Mechelen of van Grimbergen. Hoe is dat te verklaren? Beigem was belangrijk, het
bezat verschillende grote lenen. En om te verhinderen dat er rivaliteit tussen
het kapittel van Mechelen en de Berthouts van Grimbergen zou ontstaan, moest
Beigem dienen als bufferstaat en bleef het onder de voogdij van de bisschop van
Kamerijk. Kamerijk benoemde de pastoor, de heren van Grimbergen-Nassau stelden
de schepenen aan. Deze schepenen - feitelijk een soort rechtbank - hadden hun
eigen zegel. Later ging het benoemingsrecht van Kamerijk over op de abdij van
Affligem en weer later op het bisdom Mechelen. Beigem bestond uit drie duidelijk
onderscheiden wijken: de kerk, de berg en de dries. In deze drie wijken lagen de
voorname eigendommen: Hof ten Doorn. Wanneer in de helft van de 12e eeuw
gesproken wordt over een hof in Beigem dan was dat, volgens Verbesselt, het hof
ten Doorn. In 1147 namelijk was een zekere Onulphus bezitter van het hof met al
zijn eigendommen. Het hof ten Berghe, het tegenwoordig kasteel aan het
gemeentehuis. In dit hof lag ook het huis dat genoemd werd " 's Hertogen Stede "
mogelijk omdat Godfried III er gekampeerd had. Het hof Bentinck, gelegen
in het tegenwoordige Park ten Doorn. Het hof Obberghe, gelegen waar nu de
pastorie en de parochiezaal staan. In verband met de naam Obberghe, dient
vermeld dat Elisabeth en Hendrik van Obberghen in 1367 een gift aan de kerk
deden, die voorzag in het onderhoud van de pastoor. Van dan af heeft Beigem
inderdaad altijd een pastoor gehad. Het hof van Eversem, aan de steenweg
op Eversem werd gebouwd in de 17e eeuw. De Dries had geen biezondere hoven. Wel
wordt in verband met de Dries gesproken over het " houteveld ", later Hultenvelt.
De grenzen van Meise, Nieuwenrode, Beigem en Humbeek komen er bij elkaar en op
een bepaald ogenblik is het niet meer duidelijk op welke gemeente men is. Is het
misschien daar te zoeken dat de herberg die daar ligt " in het misverstand "
heet?. Dat de drie wijken duidelijk onderscheiden waren is nu niet meer te
merken maar in het begin van de oorlog 1914 vroeg een Duitse officier of er hier
twee burgemeesters waren, één in Beigem en één op den Dries. Dat zou er kunnen
op wijzen dat de scheiding toen nog duidelijk was. In september 1914 werd heel
de Dries platgebrand.
De eerste kerk moet wel gebouwd zijn rond de jaren 1150, misschien zelfs
vroeger. We mogen veronderstellen dat ze gebouwd werd door de toenmalige
eigenaars van het hof ten Doorn, in welk geval die ook het recht hadden de
pastoor voor te stellen aan de bisschop van Kamerijk die de eigenlijke benoeming
deed. Deze eerste kerk stond waarschijnlijk op dezelfde plaats als de
tegenwoordige. Ze werd herbouwd in 1653, datum die nu nog op de ingangspoort te
vinden is, in de stijl van die tijd, de barok. De toren is een voorbeeld van
sobere eenvoudige barok. Van deze kerk bestaan er nog foto's van binnen en van
buiten. daaruit kunnen we afleiden dat de toren identiek dezelfde gebleven is.
De kerk zelf was veel kleiner, ze had geen zijbeuken en geen kruisbeuken. Er
stonden wondermooie houten beeldjes in, zware gotische koperen kandelaars, en
vier waardevolle schilderijen van Rogier Van Der Weyden die in 1775 van de kerk
van de Coudenberg te Brussel door pastoor Frencken waren aangekocht. In 1910
werd deze kerk geklasseerd als kultuurmonument. Op 23 december 1910 ontving
burgemeester Domis de Sémerpont het volgende schrijven van de Kommissaris van
het arrondissement; " ik heb de eer u mee te delen dat de kommissie van
monumenten heeft erkend dat de toren, het middenschip en de sakristie van uw
parochiekerk aan de archeologische en artistieke eisen voldoen om ze te
rangschikken onder kultuurmonument van derde klas. ". In 1913 werd er een nieuw
orgel in gebouwd. De gemeente had een uurwerk op de toren geplaatst. Op 12
september 1914 werd de kerk door de Duitse soldaten afgebrand, alles ging in
vlammen op. De eerste weken na de brand werd er geen mis gelezen, daarna werden
de kerkelijke diensten gedaan in het kasteel ( nu eigendom van Mevr. Maus ). Nog
later kwam er een legerbarak ( naast beenhouwerij D'Hollander ) die tot 1925
dienst deed als noodkerk. Op 4 juli 1925 werd de herbouwde kerk gekonsakreerd,
de toren is volledig dezelfde gebleven maar de kerk zelf werd vergroot met 2
zijbeuken, 2 kruisbeuken en een nieuwe sakristie boven de grafkelder van de
familie Domis de Sémerpont. de klokken waren hergoten. Tijdens de tweede
wereldoorlog werd de grootste van de hergoten klokken door de Duitsers
weggenomen. Pas in 1952 werd er een nieuwe klok gegoten: ze draagt een latijnse
tekst die men zo kan vertalen: " Ik heet Cecilia, ik zing Gods lof, roep het
volk bijeen, beween de doden en luister de feesten op ".
Enkele
belangrijke data in de Beigemse geschiedenis :
- ± 650: Frankische landname in Beigem
en Grimbergen.
- 1138: Onulfus van Beigem verschijnt in de oorkonden.
- 1155: De naam Beigem duikt voor de eerste maal op.
- 1592: Beigem grotendeels verwoest en kerk afgebrand.
- 1653: Kerk van Beigem herbouwd.
- 1795: Fusies van de gemeenten : Humbeek komt onder Londerzeel. Strombeek,
Beigem, Bever en Borcht komen onder Grimbergen. Ze hebben wel nog hun eigen
burgemeesters.
- 1977: Samenvoeging van Grimbergen met Strombeek-Bever, Beigem en Humbeek
|
|