|
Grimbergen (Borgt)
In het midden van de Borgt ligt een berg waaraan het gehucht zijn typische
vorm van ronddorp dankt.
De Borgt zou reeds kort na het begin van onze tijdrekening een strategische
Romeinse plaats nabij de Zenne zijn geweest. Sommigen beweren zelfs dat de
berg een oude Romeinse begraafplaats (tumulus) is. Toch kunnen we nu bijna
met zekerheid zeggen dat de heuvel een natuurlijke oorsprong heeft.
Waarschijnlijk betreft het gewoon een overblijfsel van de constante
kareelafgraving van het omliggende.
Vanaf de 8e eeuw was de Borgt een Frankische nederzetting. Uit
onderzoek van het burchtpuin bleek dat op de berg tot de 12e eeuw een versterkte
houten vesting heeft gestaan. Vandaar de naam Borgt, afkomstig van "burcht".
Tussen 1142 en 1159 werden in de regio de "Grimbergse Oorlogen"
uitgevochten, waarbij de Hertog van Brabant de macht van de plaatselijke
Berthouts (Heren van Grimbergen) trachtte in te dijken. Zowel de beschrijving
van het gebeuren als de latere bestemming die de Borgt heeft gekregen, laten
veronderstellen dat de beslissende veldslag rond de berg werd beslecht.
De "Chronycke van Nederlandt" zegt : "op dat selve jaer won Godevaert
van Lotrijcke Grimbergen ende verbrende den clooster op Sinte Baefs nacht".
Het klooster zou kunnen slaan op de burchtkapel, gelegen op de heuvel waar de
huidige kerk staat. Een wandtapijt, nu in Frans bezit, geeft een afbeelding van
het strijdtoneel, waarbij krijgers een steile berghelling bestormen. Deze
stelling zou betekenen dat de Borgt de oorsprong is van het latere Grimbergen.
Na het terugdringen van de Berthouts naar het huidige centrum van de gemeente
werd de Borgt uitgeroepen tot "Vrije Aerde".
In een document van 1350 stuit men voor het eerst op de term "eyghen
ghenoeten", wat kan vertaald worden als "onafhankelijke schepen."
De Borgt was dus een zelfstandige gemeenschap geworden. Deze situatie zou
tot aan de val van het "Ancien Regime" ongewijzigd blijven. In 1560 werd
het kanaal gegraven. Cijfers uit 1709 maken gewag van 173 inwoners. 'Goed 50
jaar later' was dat getal opgelopen tot bijna 300. In 1784 bedroeg het
inwonersaantal 417.
Alhoewel slechts van gering belang voor ons eigenlijk onderwerp, stelden we vast
dat met, betrekking tot het gehucht erg weinig opzoekingswerk werd verricht.
Zeker wat de late Middeleeuwen betreft.
Tijdens de Franse periode was de Borgt opnieuw een zelfstandige gemeente met
een eigen "maire" (burgemeester)
Het inwonersaantal was evenwel teruggelopen tot 216 in het jaar 1801. De Borgt
maakte toen harde tijden door. Hoe groot de armoede wel was blijkt uit een
passage in het dagboek van de Grimbergse pastoor Heylen. Hierin is sprake van
bedelende kinderen uit de "Buercht", 50 in getal.
In 1810 werd de Borgt definitief ingelijfd bij Grimbergen.
Onder de Hollanders (1815-1830) werd de oude "Borchtstraete" als
belangrijke handelsroute vervangen door de Provinciale baan. Het gehucht zou in
1839 de nationale pers halen met de verschrikkelijke verdrinkingsdood van 74 van
haar inwoners. Nadien deemsterde de Borgt weg. Het werd een verloren stukje
Grimbergen, verscholen in het groen begrensd door Vilvoorde. Pas met de opkomst
van de fabrieksarbeid zou de leefgemeenschap een ware metamorfose ondergaan.
|
|